Beseffen dat je ‘anders’ bent dan andere kinderen om je heen kan voor een gendervariant kind erg beangstigend en moeilijk zijn. Dit kan gepaard gaan met gevoelens van verwarring en eenzaamheid, omdat het kind weinig rolmodellen heeft waar het zich aan kan spiegelen. Doordat cisgender (niet-transgender) zijn de norm is, is de zoektocht en het uiten van de eigen genderidentiteit vaak een hele uitdaging. Ieder kind beleeft de genderzoektocht op een andere manier. Het ene kind is misschien iets gevoeliger voor opmerkingen van buitenaf, daar waar een ander kind meer zelfvertrouwen heeft om zich te uiten zoals het zich voelt.

Het is niet altijd even gemakkelijk om je in te leven in de gevoelens van je kind. Transgender jongeren zijn kwetsbaar voor depressieve gedachten en emoties. Deze depressie kan zich spreiden over een lange periode, maar kan ook voorkomen in episodes. Jongeren met depressieve gevoelens hebben vaak weinig energie, zijn afwezig met hun gedachten en isoleren zich soms. Jongeren kunnen een depressie lang verborgen houden. Je kind kan er gelukkig uitzien en toch donkere gedachten hebben.

Vragen

Onderstaande vragen hebben betrekking op het mentaal welzijn van je kind. Deze informatie is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en kennis uit de zorgpraktijk, en werd ontwikkeld in samenwerking met vzw Berdache, oudervereniging voor ouders met een gendervariant kind. Aangezien elk kind en elke situatie verschillend is, bestaan er geen pasklare antwoorden op alle vragen. Wel kunnen onderstaande antwoorden een gids zijn voor ouders die hun kind willen ondersteunen.

Heb je een vraag waar je het antwoord niet op terugvindt? Neem gerust contact op met het Transgender Infopunt. We vullen deze website regelmatig aan met nieuwe vragen van ouders.

Je kind kan zowel direct als indirect signaleren dat het zich niet goed in diens vel voelt. Er zijn verschillende signalen die je kan opmerken, zoals veranderingen in gedrag of emoties, zich terugtrekken, verminderde eetlust, problemen op school of verminderde prestaties. Sommige kinderen geven zelf aan dat het minder goed gaat.

Probeer te luisteren naar je kind, maar oordeel niet. Wees voorzichtig met goedbedoelde adviezen. Vaak hebben depressieve personen daar geen oor naar. Integendeel: ze kunnen zich zelfs schuldig voelen omdat ze jouw advies niet opvolgen. Je kan je kind ook ontlasten door even bepaalde taken over te nemen. Zo kan je je kind af en toe eens naar school brengen, of hoeft het even diens kamer niet alleen op te ruimen. Neem alleen niet alle verantwoordelijkheden weg, je kind moet het gevoel hebben dat het zelf nog dingen kan doen. Probeer ervoor te zorgen dat je kind naar school blijft gaan, maar wees ook niet boos als die op school even minder goed presteert.

Wanneer je kind voor een langere periode neerslachtig is, zet je best de stap naar de professionele hulpverlening. Dit hoeft niet meteen transgender specifieke zorg te zijn: je kan vaak sneller bij een niet-gespecialiseerde zorgverlener terecht.

Meer lezen

  • Lees meer over de veerkracht van je kind vergroten op www.groeimee.be, de website van EXPOO en Kind en Gezin.
  • Op de website www.depressiehulp.be vind je meer informatie omtrent depressie, hulpverlening en hoe de omgeving hulp kan bieden.
  • Op de website 4 voor 12 kan je meer lezen over de signalen die erop kunnen wijzen dat iemand het moeilijker heeft en hoe je kan helpen.

Wanneer je kind vertelt dat het zich niet goed in diens vel voelt of iets vervelends heeft meegemaakt, kan dat ook bij jou als ouder emoties losmaken. Machteloosheid, kwaadheid, verdriet,… Soms ga je vanuit deze emotie impulsief reageren en zeg je misschien niet de juiste dingen. Of misschien durf je niets te zeggen, omdat je niet weet hoe je moet reageren?

Praten over psychische problemen is niet gemakkelijk. Je kind praat er niet gemakkelijk over of jij weet als ouder niet hoe je precies moet reageren. Toch is het goed om als ouder een gesprek met je kind aan te gaan over psychische problemen. Het risico bestaat immers dat je kind zich afsluit of onbegrepen voelt. Het is daarom belangrijk om na te denken over hoe je gepast kan reageren.

Hier enkele concrete tips:

  • Creëer momenten van samenzijn met je kind, zoals bijvoorbeeld samen naar een tv-programma kijken, na school een tas thee drinken of regelmatig samen een wandeling maken. Zulke momenten zorgen voor een goede relatie en nodigen uit om te praten wanneer je kind met iets zit.
  • Moedig je kind af en toe aan om over diens ervaringen en eventuele problemen te vertellen. Verplicht je kind niet, maar toon wel dat je er bent om te luisteren wanneer hij/zij/die daar klaar voor is. Pols af en toe eens voorzichtig hoe het met je kind gaat. Doe dat op een informeel moment, wanneer jullie bijvoorbeeld samen de afwas doen of samen in de auto zitten.
  • Als praten echt moeilijk lukt, kan je ook een smsje sturen of een briefje schrijven om te laten weten dat je kind bij jou terecht kan.
  • Wees een voorbeeld: toon dat het oké is om over je gevoelens te praten. Vertel bijvoorbeeld zelf wat een situatie met je doet. Lucht zelf af en toe eens je hart bij je gezin en maak duidelijk dat het oké is om je soms even niet zo goed te voelen.
  • Let op je houding: richt je volle aandacht op je kind. Overhaast het gesprek niet, neem de tijd.
  • Toon dat het verhaal van je kind geen invloed heeft op je liefde voor je kind. Maak duidelijk dat je het misschien even moeilijk hebt met wat je kind vertelt, maar dat je je kind nog steeds even graag ziet als voorheen.
  • Luister aandachtig: onderbreek je kind niet wanneer die iets vertelt en laat het uitspreken. Als je kind zich gehoord voelt zal het meer open staan om ook naar jou te luisteren.
  • Toon respect voor het verhaal van je kind. Geef aan dat je luistert zonder je mening te geven (bijvoorbeeld door regelmatig te knikken). Jij hebt misschien een heel andere kijk op de dingen dan je kind. Dring je mening niet op, maar probeer de visie van je kind te begrijpen door door te vragen.
  • Minimaliseer het verhaal van je kind niet (‘zo erg is het toch allemaal niet’, ‘dat gaat wel over’, ‘je hebt nog je hele leven voor je’, ‘het is omdat je jong bent en nog niet kunt relativeren’).
  • Herhaal af en toe eens wat je kind vertelt, bijvoorbeeld : ‘als ik het begrijp zeg je dat je…’ Dit geeft je kind het gevoel dat je aandachtig luistert en zo ben jij ook zeker dat je alles goed begrepen hebt.
  • Spreek in de ik-vorm: dat maakt voor je kind duidelijk wat jij denkt, voelt of wilt.
  • Erken de gevoelens van je kind. Probeer je in te leven in de gevoelens van je kind, ook al ga je er niet mee akkoord. Je kind kan zichzelf dom, lelijk en abnormaal vinden. Vraag aan je kind waarom het dat zo ervaart en ga deze gevoelens niet meteen gaan ontkrachten. Het kind mag niet de indruk krijgen dat diens gevoelens onterecht zijn. Bevestig de gevoelens niet, maar ontkracht ze ook niet. Erken dat ze er zijn.

Meer lezen

Misschien is het voor je kind niet eenvoudig om met diens ouders te praten over gedachten en emoties. Voor een jongere die zelf op zoek is naar antwoorden of worstelt met de puberteit is dit niet altijd voor de hand liggend.  Soms weet je kind zelf nog niet wat er precies gaande is, of kan het zijn emoties of problemen nog niet echt benoemen. Voor jou als ouder kan dit heel onduidelijk zijn, maar dat is het misschien voor je kind ook.

Aanvaard dat je kind niet meteen met jou zal praten, hoe moeilijk dat ook is. Slechts 20 procent van de jongeren praat over problemen met de ouders. 40 procent stapt liever naar een vriend of vriendin. Dat je kind niet praat met jou over gevoelens betekent niet noodzakelijk dat jij iets verkeerd doet. Je kan wel zorgen voor een open klimaat binnen je gezin. Communiceer naar je kinderen dat je er bent wanneer ze moeilijkheden ervaren. Dit is niet enkel positief voor het gendervariante kind, maar komt je hele gezin ten goede.

Verplicht je kind niet om met jou te praten, maar vraag liever of het er met iemand over kan spreken of ergens wel steun vindt. Het is vooral belangrijk dat je kind niet alleen blijft zitten met diens gedachten. Er bestaan bovendien verschillende initiatieven, zoals Teleonthaal, Awel, het JAC, Lumi en het Transgender Infopunt waar je kind gratis en anoniem terecht kan om te praten. Laat je kind weten dat het daar terecht kan. Ook bestaan er verschillende online tools waar je kind zelf mee aan de slag kan, als praten moeilijk is.

Meer lezen

Wanneer je opmerkt dat je kind zich verwondt, kan dit als ouder schrikken zijn. Weet dat je hierin niet alleen bent. Ongeveer 1 op de 5 jongeren doet aan zelfverwonding, ook wel ‘automutilatie’ genoemd. Dit kan zich onder meer uiten in krabben, krassen, hoofdbonken, haren uittrekken, branden of ergens tegen aan slaan. Zelfverwonding is een manier om met spanning, stress, heftige emoties, woede of pijn om te gaan. De reden om aan zelfverwonding te doen is voor elke jongere anders. Vaak is het om zichzelf te bestraffen omdat ze zichzelf niet goed genoeg vinden. Het wordt ook gebruikt als middel om enige vorm van controle te voelen, over het eigen lichaam of de emoties. Daarnaast kan het ook een manier zijn om de aandacht af te leiden van de psychische pijn. Zelfverwonding kan ook een manier van omgaan met moeilijkheden zijn die op zeer korte termijn het kind tot rust kan brengen. Vaak volgen er echter gevoelens van schaamte, schuld en waardeloosheid. Het kind is vaak ook bang voor de negatieve of emotionele reacties van ouders of vrienden.

Hoe beangstigend het zelfverwondingsgedrag van je kind ook is, het is belangrijk om niet boos, angstig of verontwaardigd te reageren. Dit kan ervoor zorgen dat het kind het gedrag verbergt of dat het gedrag verergert. Negeer dit gedrag niet: het is een signaal dat je kind zich niet goed in diens vel voelt.

Wat kan je doen?

  • Uit geen beschuldigingen en dwing je kind niet om er mee te stoppen. Dit kan het gedrag verergeren of in stand houden.
  • Probeer er met je kind op een open manier over te spreken. Uit je bezorgdheid en geef aan dat je samen met je kind wil zoeken naar hulp wanneer het daar klaar voor is.
  • Focus niet teveel op het verwonden zelf, maar probeer te achterhalen waarom je kind zich niet goed in diens vel voelt.
  • Oordeel niet, maar zeg dat je kind steeds bij jou terecht kan wanneer het gebeurt, zodat je de wonden kan verzorgen.
  • Zorg dat je kind makkelijk aan de verbanddoos kan zodat het zelf de wonden kan ontsmetten en verzorgen.

Meer lezen

  • Op de website www.verwonderd.be kunnen jongeren die zichzelf beschadigen en hun ouders getuigenissen en een buddy vinden
  • Op de website www.zelfverwonding.be vind je tips voor ouders over omgaan met zelfverwonding bij je kind
  • Het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) bracht een brochure rond zelfbeschadiging voor ouders en hulpverleners uit

Misschien heb je als ouder alcohol- en druggebruik opgemerkt en baart dit je zorgen. Dit hoeft niet meteen een probleem te zijn. Een jongere die alcohol drinkt op een feestje of samen met vrienden iets gaat drinken, heeft niet meteen een verslaving. Ook wanneer je kind eens een joint rookt, betekent dit niet dat je kind een verslaving heeft. We spreken pas van een verslaving wanneer de jongere daadwerkelijk afhankelijk is van het middel. Dit betekent dat de jongere geen controle meer heeft over het gebruik en niet meer beschikt over de vrije keuze om al dan niet te gebruiken. Soms is er geen sprake van verslaving, maar is het gebruik van alcohol of drugs wel problematisch, zoals bij ‘bingedrinken’ of ‘comazuipen’, waarbij een grote hoeveelheid alcohol op een korte tijd wordt geconsumeerd.

Sommige jongeren zoeken hun toevlucht in alcohol, drugs, gamen of gokken omdat ze moeilijk met spanning of emoties kunnen omgaan. Het kan voor hen een manier zijn om hun zorgen even te vergeten of de negatieve gedachten even een halt toe te roepen. Deze manier van omgaan met emoties kan erg schadelijk zijn voor de gezondheid van je kind. De signalen dat je kind gebruikt zijn niet altijd duidelijk op te merken. Er kan sprake zijn van een verminderde eetlust en problemen op school, al kunnen deze signalen ook op algemene depressieve gevoelens duiden.

Jongeren moeten echter ook de ruimte krijgen om te experimenteren en op zoek te gaan naar hun eigen grenzen. Spreek met je kinderen over de gevaren en risico’s van alcohol en drugs en stel grenzen. Leer je kind op een verantwoordelijke manier omgaan met drank en drugs. Probeer afspraken omtrent drank- en druggebruik te maken in onderling overleg. Geef ook aan dat wanneer je kind dronken is of drugs heeft gebruikt, ze jou steeds mogen bellen of bij jou terecht kunnen. Vel geen oordeel, grenzen aftasten hoort bij de puberteit. Wanneer je het gevoel hebt dat je de situatie niet meer onder controle hebt, is het aan te raden de stap te zetten naar de hulpverlening.

Meer lezen

  • Op de website www.groeimee.be van EXPOO en Kind en Gezin vind je meer info en opvoedingstips met betrekking tot je kind en alcoholgebruik. Je leest er onder meer hoe je je kind op een verantwoordelijke manier kan leren omgaan met alcohol.
  • Op de website van de druglijn vind je ook voor ouders informatie en advies over gamen, gokken, alcohol, drugs en pillen.

Veel ouders hebben het moeilijk met het beroepsgeheim van psychologen en artsen. Dat is best begrijpelijk: je wil graag weten wat er in je kind omgaat en waar je kind mee worstelt. Daarnaast is het soms ook moeilijk voor ouders om te aanvaarden dat kinderen niet alles tegen hen (durven) zeggen. De zwijgplicht is er echter niet zomaar: het is een essentieel onderdeel van de vertrouwensrelatie tussen de zorgverlener en het kind. Dat vertrouwen is noodzakelijk opdat het kind over diens emoties, onzekerheden en gedachten blijft spreken.

Vaak vertellen kinderen een aantal zaken niet omdat ze jou als ouder niet ongerust willen maken. Veel kinderen voelen zich ook schuldig omwille van het ‘leed’ dat ze hun ouders in hun ogen berokkenen. Het kind wil de ouder doorgaans niet belasten met de transitie of de depressieve gevoelens. Net daarom is het contact met de hulpverlener zo belangrijk. Daar kan het kind openlijk spreken over problemen zonder dat het er iemand mee zal kwetsen. Ook is het niet aangeraden om de hulpverlener te contacteren met informatie of vragen over je kind. Je brengt de hulpverlener er mogelijk mee in een lastig parket.

Geef je kind tijd. Wanneer de tijd er rijp voor is, zal je kind zelf naar je toe komen. Je kan als ouder wel aangeven dat je kind bij jou met eender welk probleem terecht kan en dat je steeds samen naar een oplossing wil zoeken. Als je kind er niet over wil praten, forceer je dat best niet. Het kan voor een kind immers heel moeilijk zijn om gevoelens te delen met een ouder. Dat je kind over gedachten en onzekerheden spreekt met een hulpverlener is al een enorm grote stap die ertoe leidt dat je kind effectief geholpen kan worden.

Meer lezen

Hulpverlening

Doorgaans stappen ouders pas naar de huisarts of psycholoog wanneer de donkere gedachten of moeilijkheden die hun kind ervaart te veel worden voor hun kind of voor zichzelf als ouder. Wanneer je het gevoel hebt dat jij en je kind de donkere gedachten niet alleen de baas kunnen, kan het aangewezen zijn om op zoek te gaan naar professionele hulpverlening. Het kan echter ook nuttig zijn om al preventief hulp te zoeken. Geeft je kind aan dat het zich niet zo goed in diens vel voelt? Is je kind op zoek naar zichzelf maar heeft het hieromtrent heel wat vragen? Dan kan het helpen om met iemand te gaan praten.

Je kind kan terecht bij een (kinder)psycholoog in de buurt, of bij één van onderstaande algemene hulpverleningskanalen. Deze hebben meestal geen expertise op het vlak van gendervariantie of het transgenderthema, maar dit is niet noodzakelijk nodig om met je kind te werken rond mentale gezondheid. Het is wel belangrijk om een hulpverlener te zoeken waar je kind zich comfortabel bij voelt.

Misschien is je kind al in begeleiding binnen de transgenderzorg. Je kan steeds aanvullend begeleiding zoeken om te focussen op de mentale gezondheid van je kind, los van het transgender thema. Hulpverleningskanalen met expertise in het transgenderthema vind je terug op de pagina’s rond ‘mijn kind begrijpen’.

Waar kan je terecht?

Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW)

Wat? het CAW is er voor iedereen met vragen en problemen rond algemeen welzijn.

Waar? overal in Vlaanderen. Vind een CAW in jouw buurt op deze kaart.

Wat verwachten? Je kan hier gratis en anoniem je verhaal vertellen en advies of hulp vragen. Je kan langs gaan bij een CAW in jouw buurt tijdens de openingsuren, maar je kan ook bellen, mailen of chatten. Sinds 2019 is CAW Oost-Vlaanderen het referentie-CAW voor transgender personen in samenwerking met het Transgender Infopunt.

Openingsuren: maa-vrij tussen 9u en 17u

Contact

Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG)

Wat? CGG’s begeleiden personen met ernstige psychische of psychiatrische problemen die worden doorgestuurd door de huisarts of het CLB.

Waar? Overal in Vlaanderen. Vind een CGG in jouw buurt op deze kaart.

Wat verwachten? Kinderen, jongeren en volwassenen kunnen terecht bij een CGG voor een consult op afspraak. Verschillende specialisten zoeken samen met jou het beste antwoord op je hulpvraag.

Contact

Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB)

Wat? een team van artsen, psychologen, pedagogen en maatschappelijk werkers waar je school mee samenwerkt

Hoe? Als leerling of ouder kan je zelf begeleiding vragen, of doorgestuurd worden door jeschool

Wat verwachten? Je kan bij het CLB van je school terecht voor informatie, hulp en begeleiding rond psycho-sociale problemen. Je kan ook gratis chatten met een CLB-medewerker om je hulpvraag in te schatten.

Openingsuren: afhankelijk van het CLB verbonden aan je school

Contact

Je kind kan zelf bij volgende hulpverleningskanalen terecht:

Jongeren Advies Centrum (JAC)

Wat? voor jongeren met een vraag of een probleem

Waar? overal in Vlaanderen. Vind een JAC in jouw buurt op deze pagina.

Wat verwachten? Je kan als jongere gratis en anoniem terecht bij het JAC met vragen of problemen. Je kan er je verhaal doen en krijgt er informatie, advies, korte hulp en begeleiding indien nodig.

Openingsuren: afhankelijk van het JAC in jouw buurt

Contact

Awel

Wat? Awel luistert naar kinderen en jongeren

Hoe? Bellen, chatten en mailen

Wat verwachten? Je kan gratis en anoniem bellen, mailen en chatten met een medewerker van Awel wanneer je een vraag, verhaal of probleem hebt. Ook kan je op het Awel forum ervaringen uitwisselen met leeftijdsgenoten.

Contact

  • Bel 102 (dagelijks tussen 16u en 22u)
  • brievenbus@awel.be
  • Chat (dagelijks tussen 18u en 22u)
  • Forum
  • www.awel.be

Overkophuizen

Wat? huizen waar je als jongere tot 25 jaar gewoon kan binnen lopen

Waar? Je vind een OverKop-huis in Oostende, Gent, Mechelen, Tienen en Genk.

Wat verwachten? In een OverKop-huis kan je binnenlopen voor een luisterend oor en gratis professionele therapeutische hulp, zonder een label opgeplakt te krijgen. Je kan er ook leuke activiteiten doen.

Openingsuren: verschillen per OverKop-huis

Contact

Tejo

Wat? therapeutische begeleiding voor jongeren tussen 10 en 20 jaar

Waar? Overal in Vlaanderen. Vind een TEJO-huis in je buurt op deze kaart.

Wat verwachten? Je kan hier als jongere gratis, anoniem en quasi onmiddellijk terecht voor hulp. Dit kan zonder toestemming van je ouders. Je kan langskomen bij een TEJO-huis in je buurt, maar ook bellen of mailen. Een medewerker luistert graag naar je verhaal.

Openingsuren: afhankelijk van het TEJO-huis in je buurt.

Contact

Snel naar…

Mijn kind begrijpen

Mijn kind steunen

Mijn kind en mentaal welzijn

Mijn kind denkt aan zelfmoord

Zorg voor mezelf